paardendomein-logo

Slimme paarden zijn moeilijker te trainen

Categorie Gedrag 28 februari 2015

Slim paard, lastige leerling?

Een onderzoek in Polen wijst uit dat slimme paarden niet noodzakelijkerwijs makkelijker te trainen zijn.

Bij de testen zijn 120 paarden onderzocht om te bekijken of hun vermogen om een doos met voedsel met houten deksel te openen aangaf hoe ze met training omgingen.
De resultaten wezen uit, dat hoe sneller de paarden leerden om de doos te openen, hoe langer het duurde voordat ze voor het eerst bereden konden worden in een round pen.

"Het lijkt erop dat paarden met een hoger leervermogen niet makkelijk met de trainer meewerken tijdens het opstijgen", rapporteerden Witold Kędzierski en zijn collega's in het tijdschrift "Applied Animal Behaviour Science".

"Professionele ruiters klagen vaak dat hoog ontwikkelde paarden erg moeilijk te trainen zijn omdat ze niet onderdanig willen zijn", rapporteerden ze, wijzend op een onderzoek uit 2012 waarbij werd geconcludeerd dat paarden die attent op mensen reageren minder cognitieve vermogens hadden dan paarden die niet aanhankelijk zijn. "Onze onderzoeksresultaten komen met die uitkomst overeen".

"Een paard trainen is gebaseerd op een mens-paard relatie, waarbij vereist is dat het paard actief, bewust gedrag combineert met het vermogen om te leren," zeggen de onderzoekers.

Het onderzoek betrof 40 volbloeden, 40 raszuivere Arabieren en 40 Anglo-arabieren. Er waren 20 mannelijke en 20 vrouwelijke veulens in elke groep. Alle paarden waren bedoeld als renpaard.

De tijd die de paarden nodig hadden om de voedseldoos te openen in de eerste fase van het onderzoek, werd als maatstaf gebruikt voor het leervermogen van elk individu.
In deze fase zag elk paard een vrouw een handvol haver in de doos stoppen. Daarna demonstreerde ze hoe het deksel open ging. Elk paard kreeg maximaal 15 minuten de tijd om bij het voer te komen. Als het een paard was gelukt, werd het deksel teruggeplaatst en werd gekeken of het paard weer succes had om te zien of de eerste keer niet bij toeval was gegaan.
De test werd de volgende dag weer bij dezelfde paarden uitgevoerd, waarbij de tijd werd opgenomen met een stopwatch. De meeste paarden waren de tweede dag veel sneller.

Daarna werd de tijd geëvalueerd die nodig was om de paarden voor het eerst te zadelen en te rijden, en de reactie van elk paard. Drie gediplomeerde trainers gebruikten een sympathieke trainingsmethode gebaseerd op freestyle training. Tijdens deze training werd hartslag en hartslag variabele bijgehouden.
De bevindingen werden naast het onderzoek van de voedseldoos gelegd om patronen te kunnen ontdekken. De volbloedpaarden hadden aanzienlijk langere tijd nodig om de doos te openen dan de Anglo-arabieren, 306 seconden versus 191 seconden.

De onderzoekers vonden veel statistische correlaties tussen de bevindingen. De paarden die snel slaagden in het openen van de voerdoos waren kalm tijdens de eerste training tot het zadelen, maar ze accepteren het opstijgen minder makkelijk.

Echter moest de relatie tussen de snelheid van openen van de voerdoos met betrekking tot training tussen de verschillende rassen en geslacht nog apart worden geanalyseerd.
De onderzoekers stelden dat het bekend was dat individuele paarden verschillen in hun leervermogen en mogelijkheid zich iets te herinneren. Het individueel leervermogen van een paard is over het algemeen consistent, vooral wanneer negatieve prikkels worden gebruikt. Daardoor blijkt dat het vermogen om te leren afhangt van stabiele individuele kenmerken. Het lerend vermogen blijkt meer gerelateerd aan ras dan leeftijd of geslacht.

Zij verwezen naar eerder onderzoek waarin individuele oplossingsgerichte vaardigheden een negatieve correlatie aangaven met interesse in mensen. "Het leervermogen van een paard op het verloop en effectiviteit van natuurlijke training is nog steeds onbekend."

Kędzierski en zijn collega's merkten op dat geen van de paarden extreme negatieve emoties toonden die hen belette de testen voort te zetten.

Bij de testen van de 120 paarden konden 15 paarden de voerdoos niet openen, en van de 105 overgebleven paarden konden 22 niet worden bereden.
De paarden konden wel allemaal worden gezadeld, waarbij het zadelen van de Anglo-arabieren de meeste tijd in beslag nam.
Bij het verschil in geslacht bleken de hengstveulens en de merrieveulens van de Anglo-arabieren te verschillen, de merrieveulens waren sneller. Vergeleken met alle andere groepen waren de hengstveulens van de Anglo-arabieren het lastigst om te zadelen.

Het percentage paarden dat het meest succesvol bestegen kon worden was het hoogst bij de volbloedpaarden. De volbloed Arabieren toonden een lager percentage en de Anglo-arabieren het laagste percentage, waarbij geen significante verschillen waren in de tijd die het in beslag nam.

Bij het evalueren van de resultaten, zeiden de onderzoekers dat invloed van geslacht en ras op het leervermogen van paarden in eerdere studies is beschreven. "In onze studie toont echter de hoge individuele variatie in de tijden van het openen van de doos aan dat er, tot op zekere hoogte, een verschil is tussen verschillende individuen."

Het ras en, deels, het geslacht van het paard had alleen invloed op de verschillen in tijd bij de zadeltest, waarbij de hengsten van de Anglo-arabieren een hele lange tijd nodig hadden om zadelmak gemaakt te worden, terwijl zij de minste tijd nodig hadden om de voerdoos te openen.
Bij het vergelijken van de paarden die succesvol bereden konden worden, werden echter geen ras of geslacht gerelateerde verschillen gezien.

Zij merkten op dat de objectieven van de drie testen in deze studie verschillend zijn.
Bij de eerste test met de voerdoos, was er een beloning in de vorm van voedsel, terwijl bij de tests van het zadelen en bestijgen het paard zijn vluchtreactie moest beheersen als respons op nieuwe stimuli.
"De reactie op bekrachtiging hangt af van het temperament van het paard. Sommige paarden leren beter met negatieve bekrachtiging, anderen met positieve bekrachtiging. Dit kan wellicht het verschil verklaren tussen de testen van het openen van de voerdoos en de training tests."
"De oorzaak van de verschillende reactie zou kunnen liggen in de capaciteit van het paard te generaliseren tijdens de gewenningsperiode."

De onderzoeksresultaten suggereren dat paarden met een hoger leervermogen minder bereid zijn om bereden te worden, terwijl paarden met een lager leervermogen beter samenwerken met de trainer en makkelijker iemand op hun rug accepteren.

Dit fenomeen bevestigde de observatie die door Clémence Lesimple en haar collega's in eerder onderzoek aangaf dat paarden met een lager leervermogen zich afhankelijker van een mens opstellen om een taak te voltooien.

"In het licht van de huidige resultaten, verschillen de Anglo-Arabische paarden van andere rassen omdat ze onafhankelijker en niet onderdanig zijn tijdens de training."

Zij concludeerden: "De respons op de training wordt beïnvloed door ras en geslacht van het paard. Daarom moet de verhouding tussen de leervaardigheid en reactie op de training afzonderlijk geanalyseerd worden tussen bepaalde rassen en geslachten."
"De fysiologische reacties en gedrag van paarden worden ook beïnvloed door het type bekrachtiging. Positief of negatief"

De studie werd ondersteund door de Poolse Comité voor Wetenschappelijk Onderzoek.

Bron: Horsetalk/Paardendomein
Klik hier voor het volledige onderzoek.

Plaats een reactie

U plaatst een reactie als gast

Adverteren

Advertentiemogelijkheden, klik hier

- Adressen, Banners, Vermeldingen

Contact

Algemeen: info@paardendomein.nl

Redactie: redactie@paardendomein.nl

Adverteren: adverteren@paardendomein.nl

Bedrijfsgegevens: Contact

Volg ons op: